Bezuinigen moet, maar anders...

Visie van CDA afdeling Baarle-Nassau

De gemeenteraad van Baarle-Nassau besprak op 22 juni 2011de financiële huishouding van de gemeente.
Naast de Jaarrekening 2010 werd de zogenaamde Perspectiefnota behandeld.
Deze nota vormt het vertrekpunt voor het opstellen van de gemeentebegroting en geeft een beeld van wat de gemeente
de komende jaren in financieel opzicht te wachten staat.
De Perspectiefnota gaat ervan uit, dat er drie jaar op een rij drie procent moet worden bezuinigd.

Het CDA heeft principiële bezwaren tegen de door het college voorgestelde manier van bezuinigen. Overal een beetje op bezuinigen getuigt niet van visie en evenmin van durf. Ook niet als je dat drie jaar achter elkaar doet. Het CDA bepleit een andere aanpak. Onze fractievoorzitter, mr. Cees de Jong, hield de raad en het college voor hoe het wél zou moeten. Hij verwoordde het CDA-standpunt als volgt:

 “Evenals alle andere gemeenten moet Baarle-Nassau rekening houden met veel minder inkomsten. Dat dwingt ons tot besparingen. En het is aan de raad om te bepalen hoe daarmee om te gaan.

De kaasschaafmethodiek brengt ons daarbij niet veel verder. Op dat punt is de perspectiefnota duidelijk. De daarin opgenomen besparingen van € 317.000 in 2012, € 475.000 in 2013 en € 633.000 in 2014 zetten geen zoden aan de dijk. De eerste jaren is er sprake van een snel dalend begrotingsoverschot. Voor 2015 voorziet het college een begrotingstekort van ruim € 2,5 miljoen. Dat is de erfenis voor de dan nieuwe coalitie. Gewone erfgenamen kunnen een erfenis verwerpen als zij denken dat die negatief uitvalt. Dat is hier niet het geval. Bij ongewijzigd beleid komt Baarle-Nassau voor onoverkomelijke financiële problemen te staan. Evenals nu in Griekenland betekent dit dat de burgers daar dan zwaar onder te lijden zullen hebben.

Het hanteren van de kaasschaaf is volstrekt onvoldoende. Er zijn fundamentele beslissingen nodig om het huishoudboekje van de gemeente sluitend te maken. Dat moet niet alleen nu sluitend zijn, maar ook in de verdere toekomst. Dat vindt ook het college: ‘Doel is te werken aan een sluitende meerjarenbegroting’.

Het CDA hecht eraan dat de gemeente een toekomstvast beleid voert. In financieel opzicht betekent dit dat wij de nu gehanteerde bulldozertechniek – de problemen doorschuiven naar de volgende bestuursperiode – volstrekt afwijzen.

De voorwaarden voor een gezonde financiële positie in de komende jaren moeten nu worden gecreëerd. Dit vergt een grondige analyse van de mogelijkheden om te bezuinigen en waar mogelijk hogere inkomsten te genereren. Enkel op basis van de uitkomsten van zo’n analyse kan de raad verantwoorde besluiten nemen. Die grondige analyse mis ik.

Het CDA acht het noodzakelijk dat een inventarisatie plaatsvindt van alles wat de gemeente doet en hoeveel iedere activiteit kost – ook in termen van organisatie resp. personele bezetting. En verder hoe die activiteit wordt gefinancierd en in hoeverre de financiering toereikend is. Een uitsplitsing naar wettelijke taken, overige taken en dienstbetoon en subsidies, ligt daarbij voor de hand.

Als het goed is, leveren de uitkomsten van deze inventarisatie het beeld op dat de organisatie en financiën in balans zijn met de ambitie die onze gemeente heeft. Of dat daadwerkelijk zo is, betwijfel ik. Eerder zou ik zeggen dat ik uitsluit dat dit zo is. Hoe dan ook, die ambitie, dus wat de raad wil, moet in elk geval betaald kunnen worden. En wat de raad wil moet natuurlijk ook georganiseerd kunnen worden. Met andere woorden, het moet tegen een betaalbare prijs uitvoerbaar zijn.

Als, zoals nu, de financiën forse beperkingen opleggen, moeten keuzes worden gemaakt. Een voor de hand liggende oplossing is om inkomsten te vergroten. Dat is vanwege het draconische bezuinigingsprogramma van de belangrijkste sponsor van de gemeente, het rijk, slechts marginaal mogelijk. Dus moet er bezuinigd worden. Niet met de kaasschaaf, maar door het bijstellen van onze ambitie.

Bij het bijstellen van onze ambitie moeten we rekening houden met wettelijke verplichtingen. Daar is weinig beleidsruimte. Vooropgesteld dat de door het rijk daarvoor beschikbaar gestelde middelen voldoende zijn, zou dat geen punt hoeven zijn. In werkelijkheid is het anders. Het is niet voor niets dat de algemene ledenvergadering van de VNG het onderdeel ‘Werken naar vermogen’ van het bestuursakkoord met 86,6% van de uitgebrachte stemmen afwees.

Waar wel beleidsvrijheid is, zal bijstelling kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld door het nemen van efficiencybevorderende maatregelen of het schrappen van activiteiten of subsidies. Dit op basis van een goede afweging. Bijstelling van de ambitie betekent dan dat onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘must haves’ en ‘nice to haves’ en dat de projectenkalender kritisch moet worden bezien.

Besparingen – en hierbij sluit ik besparingen in menskracht niet uit – leiden sowieso tot verschraling van het dienstbetoon van onze gemeente. De door het CDA noodzakelijk geachte inventarisatie maakt het mogelijk weloverwogen keuzes te maken en daardoor de pijn, die de besparingen hoe dan ook zullen veroorzaken, zo eerlijk mogelijk te verdelen.

De voorliggende perspectiefnota biedt naar het oordeel van het CDA geen mogelijkheid voor een fundamentele discussie over enerzijds de noodzakelijke bijstelling van de ambitie van onze gemeente en anderzijds de daarmee verband houdende keuze van bezuinigingsmaatregelen.

Dit zo zijnde, kan de perspectiefnota niet als uitgangspunt dienen voor de op te stellen begroting voor het jaar 2012.”